Plat dak isoleren binnenzijde
Leer hoe professionals een plat dak aan de binnenzijde isoleren. Ontdek het stappenplan en specifieke aandachtspunten.
Disclaimer: Wij zijn geen gecertificeerde specialisten; gebruik deze informatie op eigen risico. Afbeeldingen zijn ter illustratie en genoemde bedragen zijn indicatief. Wanneer je via onze site een offerte aanvraagt, kunnen wij een vergoeding ontvangen. Meer informatie ›
Platte daken aan de binnenzijde isoleren is technisch mogelijk maar vraagt om extra aandacht. Dit komt doordat de constructie gevoelig is voor vochtproblemen wanneer de isolatie aan de verkeerde kant zit. Professionals noemen dit een koud dak constructie, wat een verhoogd risico op condensatie met zich meebrengt. Dit artikel legt uit hoe vakmannen een plat dak aan de binnenzijde isoleren en welke maatregelen nodig zijn om vochtproblemen te voorkomen.
Uitdagingen bij platte daken
De grootste uitdaging bij binnenisolatie van platte daken is vochtbeheersing. Wanneer je isolatie aan de binnenzijde plaatst, komt het dakvlak buiten de isolatieschil te liggen. Dit betekent dat het koude dakvlak in contact kan komen met vochtige binnenlucht, wat leidt tot condensatie.
Bij schuine daken is er vaak natuurlijke ventilatie tussen de isolatie en de dakbedekking. Platte daken hebben deze ruimte meestal niet, waardoor vocht moeilijker kan ontsnappen. Daarom zijn een correct dampscherm en goede detaillering bij platte daken nog belangrijker dan bij schuine daken.
Stap 1: Inspectie dakconstructie
Voordat isolatiewerkzaamheden beginnen, voeren professionals altijd een grondige inspectie uit. De constructie bepaalt welke aanpak mogelijk is en welke aandachtspunten gelden.
Type plat dak bepalen
Niet alle platte daken zijn hetzelfde qua opbouw. De meest voorkomende constructie van platte daken bestaat uit houten balken met daarop een beschot en dakbedekking. Betonnen platte daken komen vooral voor bij portiekflats en utiliteitsgebouwen.
Het type constructie bepaalt de isolatiemogelijkheden. Bij houten constructies kan isolatie tussen de balken geplaatst worden. Bij betonnen constructies komt de isolatie doorgaans tegen het plafond, met een afgehangen plafondconstructie eroverheen.
Bestaande situatie beoordelen
De installateur controleert of het dakvlak waterdicht is. Lekkages moeten eerst verholpen worden voordat isolatie geplaatst wordt. Ook wordt gekeken naar de beschikbare ruimte en de gewenste afwerkingshoogte.
Eventuele aanwezige isolatie wordt beoordeeld op conditie en waarde. Soms kan bestaande isolatie blijven zitten en wordt er een extra laag toegevoegd. Bij beschadigde of vochtige isolatie is verwijdering noodzakelijk.
Stap 2: Isolatiemateriaal plaatsen

Na de inspectie begint de daadwerkelijke isolatieplaatsing. De keuze van materiaal en bevestigingsmethode hangt af van de situatie ter plaatse.
Geschikte materialen
Voor binnenisolatie van platte daken zijn stijve platen het meest geschikt. PIR-isolatieplaten bieden de hoogste R-waarde per centimeter, met een lambda-waarde van 0,021 tot 0,027 W/mK. Dit maakt PIR ideaal wanneer de beschikbare ruimte beperkt is.
EPS-isolatie is een goedkoper alternatief met een lambda-waarde van 0,031 tot 0,038 W/mK. Voor dezelfde R-waarde is een dikkere laag nodig vergeleken met PIR. Voor ISDE-subsidie is minimaal Rd 3,5 m²K/W vereist, wat met PIR bereikbaar is vanaf 8 cm isolatiedikte. De onderstaande lijst bevat de 3 meest gebruikte materialen voor binnenisolatie van platte daken.
- PIR-platen: Hoogste R-waarde per cm, dampdicht, prijs €30 - €55/m² inclusief plaatsing.
- EPS-platen: Goedkoper alternatief, lichtgewicht, prijs €20 - €35/m² inclusief plaatsing.
- XPS-platen: Zeer vochtbestendig, geschikt voor vochtige ruimtes, prijs €20 - €40/m² inclusief plaatsing.
Bevestigingsmethoden
Bij houten balken worden isolatieplaten tussen de balken geklemd of geschroefd. De platen moeten strak aansluiten om luchtlekken te voorkomen. Kieren worden afgedicht met PUR-schuim of speciale tape.
Bij een betonnen plafond worden de platen verlijmd of mechanisch bevestigd met pluggen. Een combinatie van beide methoden geeft de beste hechting. De installateur zorgt dat de isolatielaag volledig aansluit zonder openingen.
Stap 3: Vochtbeheersing
De vochtbeheersing is het kritieke onderdeel bij binnenisolatie van platte daken. Zonder correcte uitvoering ontstaan gegarandeerd problemen op termijn.
Dampscherm of dampremmende laag
Bij binnenisolatie is het dampscherm een cruciaal onderdeel. Aan de warme binnenzijde van de isolatie komt dit dampscherm, dat voorkomt dat vochtige binnenlucht de isolatie binnendringt en condenseert op het koude dakvlak. Het dampscherm moet volledig luchtdicht zijn.
Alle naden worden overlappend geplaatst en afgeplakt met speciale tape. Aansluitingen op muren, balken en doorvoeren krijgen extra aandacht. Een enkele opening kan al voldoende zijn om vochtproblemen te veroorzaken.
Condensatie voorkomen
Condensatie is de hoofdoorzaak van schade bij koud dak constructies. Vochtproblemen bij dakisolatie ontstaan wanneer warme, vochtige lucht in contact komt met koude oppervlakken. Bij een koud dak constructie is dit risico verhoogd omdat het dakvlak niet geïsoleerd is.
Naast het dampscherm is ventilatie van de ruimte belangrijk. Voldoende ventilatie houdt de relatieve luchtvochtigheid laag. In ruimtes met veel vochtontwikkeling, zoals badkamers of keukens, is mechanische ventilatie aan te raden.
Stap 4: Afwerking plafond

Na het aanbrengen van isolatie en dampscherm volgt de afwerking. Het plafond wordt weer netjes afgewerkt zodat de isolatie uit het zicht verdwijnt.
Ophangconstructie
Bij dikke isolatielagen wordt vaak een verlaagd plafond aangebracht. Dit plafond hangt aan een metalen of houten rachelsysteem dat aan de draagconstructie bevestigd is. De rachels creëren ruimte voor de isolatie en vormen de basis voor de afwerking.
De ophangconstructie moet voldoende stevig zijn om het gewicht van de afwerking te dragen. Bij zware materialen zoals gipsplaten is een steviger rachelsysteem nodig dan bij lichte plafondplaten.
Afwerkingsopties
Gipskartonplaten zijn de meest voorkomende afwerking. Ze bieden een glad oppervlak dat geschilderd of behangen kan worden. Vochtbestendige gipsplaten zijn beschikbaar voor ruimtes met hogere luchtvochtigheid.
Systeemplafonds met losse tegels zijn een alternatief, vooral in utiliteitsgebouwen. Het voordeel is dat de isolatie toegankelijk blijft voor inspectie of reparatie. In woonruimtes gaat de voorkeur meestal uit naar een vast gipsplafond vanwege de esthetiek.
Wanneer is binnenisolatie niet geschikt?
Binnenisolatie van platte daken is niet altijd de beste keuze. Bij nieuwe dakbedekking of ingrijpende renovatie is buitenisolatie van het platte dak thermisch gezien beter. Het dak komt dan volledig binnen de isolatieschil, waardoor condensatieproblemen uitgesloten zijn.
Ook bij ruimtes met veel vochtontwikkeling zonder goede ventilatie is binnenisolatie risicovol. De kans op vochtproblemen is dan te groot, zelfs met een correct dampscherm. In deze situaties is buitenisolatie de veiligere optie.
Tot slot is binnenisolatie minder geschikt wanneer de beschikbare plafondhoogte beperkt is. De benodigde isolatiedikte plus afwerking kost al snel 15 tot 20 centimeter. Bij lage ruimtes kan dit resulteren in een oncomfortabel laag plafond.
Op Dakisoleren.net vind je onafhankelijke informatie over het isoleren van je dak. Van verschillende materialen en werkwijzen tot actuele subsidies en prijsindicaties. Wij helpen woningeigenaren en VvE's met heldere uitleg en bruikbare tips om een goede keuze te maken voor hun specifieke situatie.