Ga naar de inhoud
Dakisoleren.net logo

Dakisolatie rondom dakkapel

Voorkom koudebruggen bij het isoleren rondom een dakkapel. Leer hoe je bestaande en nieuwe dakkapellen goed aansluit op dakisolatie.

Geüpdatet op Door Dakisoleren.net
Detail van de aansluiting tussen een dakkapel en het schuine dak met zichtbaar isolatiemateriaal

Dakkapellen vormen een uitdaging bij het isoleren van een schuin dak. De aansluiting tussen de dakkapel en het geïsoleerde dakvlak is een zwakke plek waar koudebruggen kunnen ontstaan. Dit leidt tot warmteverlies, hogere energiekosten en mogelijk vochtproblemen.

Het goede nieuws: met de juiste aanpak voorkom je deze problemen. Dit artikel legt uit hoe je bestaande dakkapellen goed aansluit op nieuwe isolatie en wanneer je een nieuwe dakkapel het beste combineert met dakisolatie.

Waarom dakkapellen een uitdaging zijn

Dakkapellen onderbreken het doorlopende dakvlak en creëren extra aansluitingen waar warmte kan ontsnappen. Deze onderbrekingen vragen om speciale aandacht bij het isoleren.

Koudebruggen bij de aansluiting

Een koudebrug ontstaat waar de isolatie onderbroken of dunner is. Bij dakkapellen vormt de overgang tussen het schuine dak en de wanden van de dakkapel zo’n risicoplek. Warmte stroomt via deze plekken naar buiten, wat lokaal tot condensatie kan leiden.

Het probleem is vaak onzichtbaar: de koudebrug zit verstopt achter de afwerking. Pas bij schimmelvorming of vochtplekken wordt het probleem duidelijk. Een thermografische inspectie brengt koudebruggen aan het licht voordat er schade ontstaat.

Complexe geometrie

De vorm van een dakkapel creëert meerdere hoeken en knikken. Elke hoek is een potentiële zwakke plek in de isolatielaag. De zijwangen, het dak van de dakkapel en de voorgevel vragen allemaal om een goede aansluiting op de hoofdisolatie.

Bij een standaard schuin dak loopt de isolatie ononderbroken door. Een dakkapel doorbreekt deze continuïteit op minimaal vier tot zes punten. Hoe groter de dakkapel, hoe meer aansluitingen en hoe groter het risico op fouten.

Verschillende materialen

Dakkapellen bestaan vaak uit andere materialen dan het hoofddak. De combinatie van hout, metaal, kunststof en isolatiematerialen met verschillende uitzettingscoëfficiënten zorgt voor beweging in de constructie. Naden kunnen na verloop van tijd opengaan, waardoor de luchtdichting verslechtert.

Isoleren bij een bestaande dakkapel

Wanneer je een bestaand dak isoleert en er zit al een dakkapel in, vraagt dit om extra aandacht. De dakkapel zelf kan al geïsoleerd zijn, maar de aansluiting op de nieuwe dakisolatie verdient altijd controle.

De aansluiting controleren

Begin met een visuele inspectie van de huidige situatie. Kijk naar de randen waar de dakkapel het dakvlak raakt. Vochtplekken, schimmel of afbladderende verf wijzen op bestaande problemen.

Een professionele voorbereiding omvat vaak een thermografisch onderzoek. Dit toont waar warmte weglekt en waar de isolatie verbeterd moet worden. De investering in zo’n onderzoek verdient zich terug door gerichte maatregelen.

Bijwerken van de isolatie

Vakman plaatst flexibele isolatie rondom de binnenzijde van een dakkapel in een Nederlandse zolderruimte

Bij het isoleren van het hoofddak moet de nieuwe isolatie naadloos aansluiten op de bestaande dakkapelconstructie. Dit betekent meestal dat je de randen van de dakkapel opnieuw moet isoleren, ook als de dakkapel zelf al geïsoleerd was.

Gebruik bij de aansluiting bij voorkeur dezelfde materiaalsoort als voor het hoofddak. Glaswol of steenwol zijn flexibel en vullen onregelmatige ruimtes goed op. De prijzen voor deze materialen liggen tussen €20 en €45 per m² inclusief plaatsing. PIR-platen zijn minder geschikt voor complexe aansluitingen door hun stijfheid.

Wanneer de dakkapel zelf isoleren

Soms is de dakkapel zelf onvoldoende geïsoleerd. Dit herken je aan een koud gevoel bij de dakkapel in de winter of aan condensvorming op de binnenzijde. In dat geval moet je niet alleen de aansluiting, maar ook de wanden en het dak van de dakkapel zelf isoleren.

De minimale R-waarde voor nieuwe dakkapellen volgens het Bbl is Rc 6,3 m²K/W. Bij bestaande dakkapellen is dit niet verplicht, maar het is verstandig om naar minimaal Rd 3,5 m²K/W te streven. Dit komt overeen met ongeveer 8 cm PIR-isolatie.

Nieuwe dakkapel én dakisolatie

Plan je zowel een nieuwe dakkapel als dakisolatie? Dan biedt gelijktijdige uitvoering belangrijke voordelen. De aannemer kan beide werkzaamheden op elkaar afstemmen voor een optimaal resultaat.

Voordelen van gelijktijdige uitvoering

Bij gelijktijdige plaatsing kan de isolatie in één keer doorlopen tot aan de dakkapel. Er ontstaan geen problemen met bestaande aansluitingen die opengebroken moeten worden. De aannemer bepaalt vooraf hoe de isolatie aansluit en werkt van binnenuit naar buiten.

Daarnaast bespaar je op arbeidskosten. De steigers staan er toch al, de werkploeg is aanwezig en de materialen worden in één keer geleverd. De totale besparing kan oplopen tot 15 tot 20 procent ten opzichte van twee losse projecten.

Volgorde van werkzaamheden

De gangbare volgorde is: eerst de dakkapel plaatsen, daarna het dak isoleren. De dakkapel vormt dan een vast gegeven waarop de isolateur de aansluitingen kan maken. De dakkapelbouwer zorgt voor de constructieve aansluiting, de isolateur voor de thermische.

Bij sommige constructies werkt het andersom beter. Wanneer de dakkapel over de bestaande dakpannen wordt geplaatst, kan het handiger zijn om eerst het omliggende dak te isoleren. Bespreek de beste aanpak met beide specialisten.

Aandachtspunten voor de aannemer

Een goed bestek beschrijft precies hoe de aansluiting tussen dakkapel en dakisolatie moet worden uitgevoerd. Vraag de aannemer om een tekening of schema van de aansluiting. Dit voorkomt discussies achteraf over wie verantwoordelijk is voor eventuele problemen.

Laat in het bestek ook de vereiste R-waarden opnemen. Voor een nieuwe dakkapel geldt Rc 6,3 m²K/W. Vraag meerdere partijen om een offerte en vergelijk niet alleen de prijs, maar ook de beschrijving van de werkzaamheden.

Veelvoorkomende fouten voorkomen

Bij het isoleren rondom dakkapellen gaat regelmatig iets mis. Deze fouten zijn vaak lastig te herstellen en leiden tot langdurige problemen. Ken de risico’s en voorkom ze.

Onvoldoende isolatie in de knik

De knik tussen het schuine dak en de zijwang van de dakkapel is de lastigste plek. Hier komt weinig ruimte beschikbaar voor isolatie, terwijl de hoek moeilijk te bereiken is. Veel isolateurs nemen hier genoegen met een dunnere laag of laten een kier open.

De oplossing is om al bij het ontwerp voldoende ruimte te reserveren. Gebruik in de knik bij voorkeur flexibel materiaal zoals glaswol of steenwol dat zich aanpast aan de vorm. Controleer na plaatsing of de isolatie overal goed aansluit.

Dampremmende laag niet doorgetrokken

Het dampscherm moet een doorlopende laag vormen aan de warme binnenzijde van de isolatie. Bij de aansluiting op een dakkapel wordt deze laag vaak onderbroken of onvoldoende afgedicht. Vocht uit de binnenlucht kan dan de isolatie binnendringen en daar condenseren.

Zorg dat het dampscherm van het hoofddak aansluit op het dampscherm van de dakkapel. Gebruik speciale tape of kit die geschikt is voor dampremmende verbindingen. Een luchtdichtheidstest achteraf toont of de aansluiting goed is uitgevoerd. Dit voorkomt vochtproblemen op de lange termijn.

Thermische onderbreking vergeten

Waar de houten of stalen constructie van de dakkapel door de isolatielaag steekt, ontstaat een thermische brug. Het materiaal geleidt warmte beter dan de isolatie eromheen. Dit effect is te beperken met een thermische onderbreking: een strook isolatiemateriaal tussen de constructie en de koude buitenzijde.

Bij professionele uitvoering worden deze onderbrekingen standaard toegepast. Vraag er expliciet naar in het bestek. De meerkosten zijn beperkt, de winst in isolatiewaarde is blijvend.

Typen dakkapellen en isolatie

Rijtjeshuizen met verschillende soorten dakkapellen waaronder platte en schilddakkapellen op een Nederlandse straat

Niet elke dakkapel is hetzelfde. Het type bepaalt deels welke isolatie-uitdagingen je tegenkomt en welke oplossingen het beste werken.

Platte dakkapel

De platte dakkapel is het meest voorkomende type in Nederland. Het platte dak van de dakkapel vraagt om een andere isolatiemethode dan het schuine hoofddak. Vaak wordt hier PIR-isolatie toegepast met een bitumen dakbedekking.

De aansluiting tussen het platte dakkapeldak en het schuine hoofddak is een kritisch punt. Water moet hier goed worden afgevoerd zonder de isolatie te beschadigen. Een dakdekker met ervaring in dit type aansluiting is essentieel.

Schilddakkapel

Een schilddakkapel heeft een klein schuin dakje dat aansluit op het hoofddak. De isolatie-uitdaging ligt hier vooral in de vele hoeken en knikken. Aan beide zijden en aan de bovenkant moet de isolatie goed aansluiten.

Het voordeel van een schilddakkapel is dat je dezelfde isolatiemethode kunt gebruiken als voor het hoofddak. De materialen en technieken zijn identiek, alleen de uitvoering is complexer. Reken op 10 tot 15 procent extra arbeidskosten voor de aansluitingen.

Dakkapel over meerdere verdiepingen

Bij grote dakkapellen die over meerdere verdiepingen lopen, wordt de constructie complexer. De dakkapel functioneert dan bijna als een aparte gevel met eigen isolatie-eisen. De aansluiting op het hoofddak vindt op meerdere niveaus plaats.

Dit type dakkapel vraagt om een geïntegreerde aanpak. De isolatie van de dakkapelwanden moet aansluiten op zowel de gevelisolatie beneden als de dakisolatie boven. Schakel hiervoor een bouwkundig adviseur in die het totaalplaatje overziet. De volgende lijst bevat de 3 belangrijkste aandachtspunten bij grote dakkapellen.

  • Constructieve berekening: Laat de draagkracht van het dak controleren voordat je begint met isoleren.
  • Gefaseerde uitvoering: Plan de werkzaamheden zo dat elke aansluiting bereikbaar blijft tot deze is afgewerkt.
  • Documentatie: Vraag om foto’s van alle aansluitingen voordat de afwerking wordt geplaatst.

Begin met typen om te zoeken...