Ga naar de inhoud
Dakisoleren.net logo

Brandklassen dakisolatie

Ontdek welke brandklassen er zijn voor isolatiematerialen. Leer wanneer brandwerendheid extra belangrijk is en welke eisen gelden.

Geüpdatet op Door Dakisoleren.net
Brandveiligheidstest van isolatiemateriaal in een laboratorium met technieker en testapparatuur

Brandveiligheid is niet het eerste waar je aan denkt bij dakisolatie, maar het verdient wel degelijk aandacht. Isolatiematerialen hebben verschillende brandklassen die aangeven hoe ze reageren bij brand. In sommige situaties gelden strengere eisen dan bij een standaard woning. Dit artikel legt de Europese brandklassen uit en toont welke materialen in welke categorie vallen. Na het lezen kun je een verantwoorde materiaalkeuze maken die past bij jouw specifieke situatie.

De Europese brandklassen uitgelegd

Close-up van brandwerende steenwol isolatieplaat met zichtbare vezelstructuur

Europa hanteert een gestandaardiseerd classificatiesysteem voor het brandgedrag van bouwmaterialen. Dit systeem vervangt de oude nationale classificaties en maakt het eenvoudiger om materialen uit verschillende landen te vergelijken.

Van A1 tot F: wat betekenen de klassen?

De Europese brandclassificatie loopt van A1 tot F, waarbij A1 de hoogste veiligheid biedt. Materialen met klasse A1 of A2 zijn onbrandbaar en dragen niet bij aan een brand. Deze materialen zijn geschikt voor alle toepassingen zonder beperkingen.

Klasse B betekent dat een materiaal moeilijk brandbaar is en met bekleding toegestaan is in de meeste situaties. Klasse C materialen zijn beperkt brandbaar en kennen beperkingen in sommige toepassingen. Klassen D, E en F zijn brandbaar en vereisen vaak een brandwerende afscherming of bekleding.

Rookontwikkeling en druppelvorming

Naast de hoofdclassificatie kennen isolatiematerialen aanvullende classificaties voor rookontwikkeling en druppelvorming. De rookontwikkeling wordt aangegeven met s1, s2 of s3, waarbij s1 de minste rook produceert. Bij brand is zicht cruciaal voor vluchtroutes, waardoor een lage rookontwikkeling belangrijk is.

De druppelvorming krijgt de classificatie d0, d1 of d2. Een d0-classificatie betekent dat er geen brandende druppels vallen die andere materialen kunnen ontsteken. De volledige classificatie van een materiaal kan er bijvoorbeeld uitzien als B-s2,d0, wat betekent: moeilijk brandbaar, gemiddelde rookontwikkeling, geen brandende druppels.

Brandklasse per isolatiemateriaal

Verschillende isolatiematerialen hebben sterk uiteenlopende brandklassen. De materiaalkeuze bepaalt dus mede hoe je dak zich gedraagt bij brand. De onderstaande tabel toont de brandklassen van veelgebruikte isolatiematerialen voor dakisolatie.

MateriaalEuroklasseBeschrijvingSmeltpunt
PIR (afgewerkt)B-s2,d0Moeilijk brandbaar±200°C
PUREBrandbaar±200°C
EPSEBrandbaar80-100°C
XPSEBrandbaar80-100°C
CelluloseB-EBehandeld brandvertragend±200°C
HoutvezelENormaal brandbaar±200°C

Steenwol en glaswol

Minerale wol is het veiligste isolatiemateriaal wat betreft brandgedrag. Zowel glaswol als steenwol hebben brandklasse A1, wat betekent dat ze volledig onbrandbaar zijn. Deze materialen zijn gemaakt van gesmolten glas of gesteente en kunnen temperaturen tot boven de 1000°C weerstaan.

Bij brand dragen minerale wollen niet bij aan de vlamuitbreiding en produceren ze geen giftige gassen. Dit maakt ze bijzonder geschikt voor situaties waar brandveiligheid extra belangrijk is, zoals in woningen met houten constructies of gebouwen met meerdere wooneenheden.

PIR en PUR

De kunststof isolatiematerialen PIR en PUR gedragen zich verschillend bij brand. PIR-isolatie met afwerking behaalt brandklasse B-s2,d0, wat moeilijk brandbaar betekent. Het materiaal verkoolt bij brand en vormt een beschermende laag.

Onafgewerkte PUR-isolatie heeft brandklasse E en is daarmee brandbaar. Het smeltpunt ligt rond de 200°C. Bij toepassing in een dakconstructie moet PUR daarom vaak worden afgeschermd met een brandwerend materiaal zoals gipsplaat.

EPS en XPS

Polystyreen isolatiematerialen kennen een lagere brandveiligheid. EPS-isolatie en XPS hebben beide brandklasse E. Het smeltpunt van deze materialen ligt tussen 80°C en 100°C, wat relatief laag is.

Bij brand kunnen EPS en XPS smelten en druppelen. Daarom worden deze materialen vaak toegepast in combinatie met een brandwerende afdekking. Bij platte daken beschermt de dakbedekking het isolatiemateriaal, wat het brandrisico vermindert.

Natuurlijke materialen

Natuurlijke isolatiematerialen hebben wisselende brandklassen afhankelijk van de behandeling. Ecologische isolatiematerialen zoals houtvezel hebben standaard brandklasse E. Cellulose wordt behandeld met brandvertragers en kan daardoor variëren tussen klasse B en E.

De brandvertragende behandeling bij cellulose zorgt ervoor dat het materiaal bij brand verkoolt in plaats van vlamt. Houtvezel brandt langzamer dan onbehandeld hout doordat de vezels dicht op elkaar liggen. Beide materialen vereisen wel aandacht voor de juiste afwerking in brandgevoelige situaties.

Wettelijke eisen voor brandveiligheid

Nederland kent wettelijke eisen voor de brandveiligheid van bouwmaterialen. Deze eisen zijn vastgelegd in de bouwregelgeving en kunnen per situatie verschillen.

Algemene eisen bouwbesluit

De bouwregelgeving stelt eisen aan de brandveiligheid van gebouwen als geheel. Het Bouwbesluit schrijft niet voor elke situatie een specifieke brandklasse voor isolatiematerialen voor. De constructie moet als geheel voldoen aan eisen voor brandwerendheid en vluchtveiligheid.

Voor particuliere woningen gelden over het algemeen geen specifieke brandklasse-eisen voor dakisolatie. De constructie moet wel veilig zijn, wat betekent dat brandbare materialen vaak worden gecombineerd met brandwerende afwerking. Een gipsplaat met dikte van 12,5 mm biedt bijvoorbeeld al aanzienlijke bescherming.

Strengere eisen bij specifieke situaties

In bepaalde situaties gelden wel degelijk strengere eisen voor materiaalgebruik. Bij gebouwen hoger dan twee verdiepingen kunnen strengere eisen gelden voor de gevelconstructie en het dak. Appartementencomplexen kennen vaak de eis om A1 of A2 materialen te gebruiken in bepaalde constructiedelen.

VvE-reglementen kunnen aanvullende eisen stellen die strenger zijn dan de wettelijke minimumnormen. Bij twijfel over de geldende eisen is het raadzaam om contact op te nemen met de gemeente of een bouwkundige adviseur.

Wanneer is brandwerendheid extra belangrijk?

Houten dakconstructie met minerale wol isolatie tussen de balken in een Nederlandse zolder

Niet elke situatie vraagt om dezelfde aandacht voor brandveiligheid. Er zijn specifieke omstandigheden waarbij de keuze voor brandwerende materialen extra verstandig is.

Woningen met houten constructies

Houten dakconstructies vormen bij brand extra brandstof. Daarom is het bij woningen met veel houtwerk verstandig om te kiezen voor onbrandbare isolatiematerialen. Glaswol en steenwol met brandklasse A1 vertragen de branduitbreiding en geven bewoners meer tijd om te vluchten.

Ook bij monumentale panden met originele houten constructies is A1-isolatie vaak de beste keuze. Het materiaal beschermt het houtwerk tegen directe vlamcontact en houdt de temperatuur in de constructie langer beheersbaar.

Aanbouw en uitbouw

Bij een aanbouw of uitbouw grenst de nieuwe constructie vaak direct aan de bestaande woning. Een brand in de aanbouw kan daardoor snel overslaan naar de hoofdwoning. Kiezen voor brandwerende isolatie verkleint dit risico.

Daarnaast liggen aanbouwen vaak dicht bij de erfgrens. De bouwregelgeving stelt eisen aan de brandwerendheid van gevels en daken nabij de erfgrens om overslag naar buurpanden te voorkomen. Onbrandbare isolatie helpt om aan deze eisen te voldoen.

Gebouwen met meerdere wooneenheden

In gebouwen met meerdere huishoudens is brandveiligheid cruciaal voor de collectieve veiligheid. Een brand in één woning mag niet leiden tot snelle verspreiding naar andere wooneenheden. Scheidende constructies zoals daken moeten daarom voldoende brandwerend zijn.

VvE’s van appartementencomplexen kiezen daarom vaak voor minerale wol isolatie bij dakprojecten. De meerkosten ten opzichte van kunststof isolatie wegen niet op tegen het verhoogde risico. Bovendien stellen veel verzekeraars strengere eisen aan gebouwen met meerdere wooneenheden.

Begin met typen om te zoeken...